Drums

De basisopstelling van een drumstel bestaat uit een aantal trommels en een aantal bekkens:

  • Cymbal
  • Floor tom
  • Tom toms
  • Bass drum
  • Snare drum
  • Hi-hat

 

Het hart van een drumstel bestaat uit de bassdrum, de snaredrum en de hi-hat. De bassdrum wordt met een pedaal bediend en geeft de lage klanken. Onder het ondervel van de snaredrum is een matje met metalen snaren gespannen. Hierdoor maakt de snaredrum (kortweg ''snare'') een fel en scherp geluid.

De hihat is een door de voet beweegbare bekkenset waar de drummer met zijn stokken een ritme op slaat. De hihat kan via de voet worden geopend (de bekkens komen dan los van elkaar). Als er op de hihat wordt geslagen op het moment dat deze wordt geopend, en als daarna de hihat wordt gesloten, ontstaat er het karakteristieke ''sis-geluid'' van de hihat.

 

De drummer bespeelt het drumstel met drumstokken of brushes/kwasten. De stokken geven een hard geluid, de brushes geven een zacht en wat ''waterig'' geluid.

Kenmerk van een drummer is dat hij zijn handen en voeten onafhankelijk van elkaar beweegt in een bepaald ritme. Dit natuurlijk zonder de maat te verliezen.

 

Wat bekkens (Engels: Cymbals) betreft, bestaat er een onderscheid tussen afslagbekkens (Engels: Crash cymbals) en ritmebekkens (Engels: Ride Cymbals). Daarnaast bestaan er ook specifieke bekkens als de ''splash'' (klein afslagbekken met een hoge klank) en de ''china'' (een speciaal gevormd afslagbekken met een korte en robuuste klank).

 

Het drumstel is een uitvinding van een instrumentmaker die op een vrije dag het plan opvatte om eens een nieuw percussie-instrument te ontwerpen. De verschillende onderdelen van het drumstel zijn ouder dan het drumstel zelf.

Een blik op de optocht van de fanfare zal dit bevestigen. Het langzamerhand bij elkaar brengen van de verschillende onderdelen, die dan tezamen (uit praktische overwegingen) door één persoon worden bespeeld, gebeurde in de Verenigde Staten eind 19de en begin 20e eeuw. Een orkest had vaak een aparte muzikant voor het cymbaal of bekken, de kleine trom (nu beter bekend als de snaredrum) en de grote trom (of bassdrum).

 

Omdat de orkesten niet te veel bezetting nodig zou moeten hebben had men gedacht aan een muzikant die verschillende instrumenten tegelijk kon bespelen. Omdat het voor iemand die de grote trom bespeelde het wel lastig is om tegelijkertijd ook nog de kleine trom te spelen, werd een manier bedacht om verschillende slaginstrumenten samen te voegen. Dat bleek beter haalbaar. Door behalve de handen ook de voeten te gaan gebruiken om via pedalen bijvoorbeeld de grote trom te bespelen, ontstond de "liggende" basdrum van nu

 

Info:wikipedia

Docent:

Raymond Jansen

 

email:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Liever rechtstreeks contact?
Bel 06-24716385